Regressietherapeut Rob van Aert

De jongen die in de Tweede Wereldoorlog was gesneuveld

(oorspronkelijke titel: 'The boy who remembered dying in World War II' - Garrett Oppenheim, een artikel uit 'Venture Inward', het blad van A.R.E., de Amerikaanse Edgar Cayce Stichting, 1991, vertaling: Guus Boden)

boyHet eerste dat mijn nieuwe cliënt mij vertelde was dat hij mijn hulp absoluut niet nodig had. "Mijn moeder wilde graag dat ik naar u toeging", verklaarde hij. "Ze is een geweldige moeder maar ze behandelt me nog steeds als een kind. Ik ben nu dertig jaar oud en ik wil eigen baas zijn. Ik heb geen hulp nodig om van mijn hoofdpijnen af te komen. Of mijn bloeddruk naar beneden te krijgen. Dat kan ik zelf wel. Ik weet dat ik het kan."

Brian was een man van gemiddelde lengte met brede, krachtige schouders, waarschijnlijk als gevolg van het jarenlang met krukken lopen. Hij leunde voorover terwijl hij dat zei en hield zijn krukken zo stevig vast dat zijn knokkels wit werden.

"Ik denk dat dat een juiste instelling is", zei ik. "Vertel me eens wat meer over die hoofdpijnen en je andere problemen."

De lijst was indrukwekkend: behalve hoge bloeddruk en hevige migraineaanvallen waren Brian's beide benen verlamd als gevolg van een beroerte op zijn eenentwintigste; hij werd geplaagd door nachtmerries; zijn relaties met vrouwen waren altijd onbevredigend geweest. Hij had veel liefdesrelaties gehad, maar zodra een relatie te intiem werd haakte Brian af. Ik was niet verbaasd te horen dat hij 29 pillen per dag slikte en chronisch depressief was.

Ik veranderde van onderwerp: "Je moeder heeft me verteld dat je als kind duidelijke herinneringen had aan een vorig leven. Daar zou ik graag wat meer over willen horen."

"Oh dat, dat was fantasie. Dat zei mijn moeder tenminste toen ik klein was. En nu gelooft zij erin, maar ik niet meer."

"Er is aardig wat onderzoek gedaan naar herinneringen van kinderen aan vorige levens", zei ik, "en er is bewezen dat ze niet allemaal fantasie zijn, dat sommige echt bleken te zijn. Ik zou graag wat meer horen over de jouwe."

Brian haalde zijn schouders op, maar hij kwam toch met een paar fragmenten van een herinnering. Toen hij zeven was stond hij eens op de schoolbus te wachten, toen hij plotseling een visioen kreeg van zichzelf als een soldaat die bezig was zich een weg te banen door bebost gebied. Op een open plek voor hem ving hij een glimp op van een geel gebouw. Op het zelfde moment hoorde hij achter zich iets ritselen. Hij draaide zich om en zag nog net een Aziatisch gezicht. Vervolgens voelde hij een steek in zijn rug waarna hij op de grond viel en stierf.

"Als kind" voegde hij eraan toe, "was ik altijd doodsbang voor mensen met een Aziatisch uiterlijk. Zelfs nu nog kan ik niet naar een Chinees restaurant gaan zonder een knoop in mijn maag te krijgen."

Brian beschreef daarnaast een herinnering waarbij hij onder vijandelijk vuur van een schip naar de kust waadde en verscheidene andere levendige oorlogssituaties. Tussendoor kwamen wat plezieriger herinneringen van een jongeman die voor de Tweede Wereldoorlog opgroeide in Brooklyn.

"Ik herinner me dat ik een vriend had in Brooklyn, Spencer. We groeiden samen op. Mijn naam was Joey. Mijn moeder vertelt me dat ik als kind slaapwandelde, waarbij ik naar Spencer zocht en zijn naam riep. En weet je? Ik ben in mijn huidige leven geboren met een Brooklyns accent. Niemand begreep daar iets van. Wij hebben geen familie in Brooklyn. Maar op de middelbare school ontmoette ik een meisje waar het onmiddellijk mee klikte. Zij vertelde me dat ik in een vorig leven haar broer Joey was en dat we in een appartement in Brooklyn woonden. Ze zei dat ik tijdens de oorlog was gesneuveld."

Onze tijd was bijna om en ik besloot mijn kaarten op tafel te leggen. "Ik denk dat, als je terug zou kunnen gaan naar de ervaringen in dat leven, je je hoofdpijnen en nachtmerries voor een groot deel zou kunnen oplossen. En ik denk dat ik je daarbij kan helpen door middel van hypnose. Althans, als je dat wilt."

Brian glimlachte, voor het eerst sinds hij mijn praktijk was binnengekomen. "Ik wil het wel proberen", zei hij.

Gedurende een aantal sessies die volgden kwam Brian's verhaal er stukje bij beetje uit. Ik heb de namen veranderd om de privacy van de betrokkenen te beschermen.

In trance was het "Joey" die sprak. Met zijn Brooklyns accent vertelde hij me dat Spencer en hij, opgehitst door de oorlogspropaganda, zojuist dienst hadden genomen in het leger om "Hitler een lesje te leren." Het was 1942 en ze waren beiden 19 jaar oud.

"Het is zomer", zei Joey, "en we komen zojuist van het recruteringsbureau. De kinderen spelen buiten met de brandkranen. Spencer en ik lopen op straat, terwijl we proberen droog te blijven. Er hangt wasgoed aan de lijnen boven onze hoofden. Spencer ziet er trots en gelukkig uit. Ik ben geloof ik een beetje bang."

"Ga verder naar de volgende belangrijke gebeurtenis", suggereerde ik.

"Ik ben op een oorlogsschip... ik ben bang. Spencer zie ik niet. Verder lijkt er niemand bang te zijn. Er verschijnt een Duits vliegtuig boven ons. Hij valt niet aan. Hij gaat weg. Maar ik denk dat hij ze gaat vertellen waar we zijn."

soldaten"Daar komen ze! Ze schieten. En ze gooien bommen af! Ze willen ons dood maken! Mijn God! Zo ziet oorlog er dus uit. Er is brand uitgebroken op ons dek. Maar onze grote kanonnen zijn in actie gekomen. We halen er een paar neer. De rest gaat er vandoor... (lacht) We hebben ze verjaagd!" juichte Joey, maar even later blijkt uit Brian's angstige gezichtsuitdrukking dat het idee van mensen die op elkaar schieten hem minder vrolijk maakt. Vervolgens beschreef Joey een schermutseling bij een verlaten Duitse boerderij. Verschillende van zijn kameraden werden gedood, maar de Duitsers werden uiteindelijk verslagen. Een oorlogsmoe stel Amerikanen genoot van de overwinning. Toen kwam de boodschap dat Duitsland zich had overgegeven, wat reden was voor meer feestvreugde. Joey en Spencer dachten aan hun familie en vriendinnetjes waarmee ze spoedig weer zouden worden verenigd.

Maar nu kwam de sergeant met een nieuwe mededeling: "Ik heb orders dat we onmiddellijk naar Japan moeten." Een luid gekreun steeg op uit de troepen en kreten als "Niet eerlijk! We hebben ons leven op het spel gezet. Waarom weer?"

Ik gaf Joey de suggestie vooruit te gaan in de tijd naar de invasie van Japan. Er volgde een lange pauze. Toen: "Het is donker. Het is nat. We waden door het water. We zijn van ons schip af gegaan en we lopen naar een eiland. We houden onze geweren schietklaar. Oh! Oh! De Jappen schieten op ons vanaf het eiland. Ze wisten dat we kwamen."

"Oh! (schreeuwt) Oh, nee! Ze hebben Spencer te pakken! Oh, mijn God! Spencer, kun je me horen? God! De sergeant pakt mijn arm. Ik zeg hem dat ik mijn vriend moet helpen. Hij zegt alleen maar 'Doorlopen! Doorlopen!' Ik probeer me los te rukken, maar hij trekt me mee. 'Ga door!' zegt hij. 'Dit is een oorlog.' Oh God! Ik kan mijn vriend niet helpen. (huilt) Ik had zijn leven kunnen redden. Dit vergeef ik mezelf nooit. Nooit!"

Brian kwam de volgende keer met een merkwaardige mededeling: "De sessies hebben een groot aantal oorlogsherinneringen teruggebracht die ik voordien niet had. Ik bedoel bewuste herinneringen, niet het soort dat ik in trance heb. Denk je niet dat er dingen zijn waar we beter niet naar kunnen kijken?"
Ik schudde mijn hoofd. "Als je dat gevoel hebt dan denk ik dat je op iets bent gestuit dat juist zeer belangrijk voor je is om naar te kijken. De waarheid kan je vrijmaken. Waarom vertel je me niet alles wat je je herinnert?"
Brian twijfelde. Maar na wat aanmoediging ging hij door en beschreef de volgende situatie: "We zijn op het eiland. Maar velen van ons hebben het niet gehaald. Spencer is weg. Dat zal ik mezelf nooit vergeven. Ik ben boos. Ik ben bang. Ik... ik wil niet meer!"

"Het zal in trance gemakkelijker gaan", zei ik en ik bracht Brian in een diepe trance. "Wat is het volgende wat er gebeurt?" vroeg ik hem. Joey gaf antwoord. "De Jappen hebben ons gelokaliseerd. We proberen weg te komen voordat ze ons insluiten. We kunnen niet terug, want ze hebben onze terugweg afgesneden. Dus gaan we richting binnenland. We zijn allemaal doorweekt en koud... Hoe heb ik ooit mijn vriend zo kunnen laten sterven? We proberen nu door de jungle weg te komen. God, wat heb ik het koud! En nu wordt het dag. Dat maakt het nog gemakkelijker voor ze om ons te vinden. We zijn nog maar met een kleine groep. We willen hier weg. Een van de mannen meldt een gebouw recht vooruit. Het lijkt op een kerk of zoiets. Misschien kunnen we die bereiken en daar op verhaal komen. Een van de jongens gaat op onderzoek uit. Hij geeft een teken dat het OK is. O God! Ze hebben ons gevonden!"

Joey raakte erg opgewonden terwijl hij de situatie beschreef. De Japanners sloten de uitgedunde groep Amerikanen in. Twee mannen vlakbij Joey werden geraakt en vielen op de grond. Maar juist toen alles hopeloos leek klonk een luid lawaai boven ze. "Amerikaanse vliegtuigen! Ze schieten. De Jappen vluchten, of misschien zetten ze een val. Ik schiet. (juichend) Wouw! Ik heb er een! De sergeant zegt 'Kom mee.' Maar ik blijf achter. Ik wil naar de vent kijken die ik heb neergeschoten.

tempel"Jezus! Het is nog maar een kind. Ik heb een kind gedood, en was er blij om! Ze hebben ons verteld dat het monsters waren. Maar ik heb een mens gedood, geen monster. Het zijn mensen, net als ik. God! Ik heb een mens gedood" Zich schuldig en ellendig voelend ging Joey achter zijn kameraden aan. Terwijl hij door de bossen liep ving hij een glimp op van het gebouw. Het was een Japanse tempel, met "veel geel, of misschien goud, aan de buitenkant. En een vreemd dak." Hij verstrakte plotseling. "Ik hoor iets achter me. Een soort ritselen. Ik draai me om, net op tijd om een Oosters gezicht te zien en de flits van een mes... Dit wil ik niet zien!"

Ik leidde mijn cliënt terug naar de rustige plek en gaf hem suggesties om te kalmeren. Ik vroeg hem om zijn onderbewustzijn te instrueren om hem kracht te geven voor onze volgende sessie.

Een week later bracht ik Brian terug naar die situatie in het bos. "Ik kon nauwelijks voelen dat het mes in mijn rug ging", rapporteerde hij, "Ik ben niet dood. Of wel? Ik voel niets meer. God, ik ga dood! Ga ik naar Spencer? Hoe kan ik mijn schuld met hem ooit vereffenen? Ik heb hem dood laten gaan." Ik gaf Joey instructie zijn lichaam te verlaten en over de smalle streep te gaan die we dood noemen. Toen hij me vertelde dat hij zag dat de Japanse soldaat zijn lichaam omdraaide, vroeg ik hem de plek te verlaten en op een rustige plek op zoek te gaan naar Spencer. Na een tijdje mompelde Joey verbaasd: "Spencer lacht naar me!"

"Als je hem vraagt jou te vergeven zul je je misschien beter voelen." Joey slikte hoorbaar. "Spencer... kun je me vergeven dat ik niet ben gebleven om je te helpen toen je me nodig had?" "Wat zegt Spencer?" "Hij zegt, 'Doe niet zo raar. Je hebt gedaan wat je moest doen. Als jij het was geweest die was geraakt, zou ik precies hetzelfde hebben gedaan.' Dus ik zeg 'Dus je vergeeft me?' Hij lacht alleen en zegt 'Stomme idioot!' En we omhelzen elkaar. Maar ik voel me nog steeds behoorlijk lullig."

Ik vroeg Joey verder te gaan naar 1990 en weer Brian te zijn, op zijn favoriete vakantieplek. Daar overhandigde ik hem (door hypnotische suggestie) een kristallen bol. Ik zei hem in de bol te staren totdat hij Joey erin kon zien. Toen gaf ik hem de suggestie zelf in de kristallen bol te gaan en zijn arm om Joey te leggen en hem te troosten. "Het wordt tijd dat Brian Joey gaat vergeven", zei ik. Het was lang stil voordat Brian weer sprak. "Vreemd! Ik heb gedaan wat je zei. En weet je? Toen Joey het begreep, voelde ik opluchting."

Toen Brian naar de volgende sessie kwam maakte hij een veel levendiger indruk. Zelfs zijn krukken leken minder onzeker te bewegen. Hij maakte zijn beugels los, ging zitten en zei: "Nu geloof ik in reïncarnatie." "Hoe voel je je?" "Tamelijk goed. Alleen die verdomde hoofdpijnen, die blijven maar komen." Brian keek me beschuldigend aan. "Ik dacht dat je me zou helpen. Waarom heb ik dan nog steeds last van migraine? Waarom heb ik nog steeds nachtmerries?"

Ik bromde inwendig maar hield mezelf voor dat dit soort ongeduld nu eenmaal bij het therapeutisch proces hoort. Hardop zei ik: "Keulen en Aken zijn ook niet in een dag gebouwd. Is er iets verbeterd?" "Oh, de hoofdpijnen zijn iets minder. Maar ik heb het meeste last van de nachtmerries. Hoe lang gaat dit nog duren? Ik ben geen miljonair hoor."

Ik kreeg de indruk dat niet angst, maar boosheid de basis-emotie was waardoor Brian werd geplaagd. "Ik kan je niet zeggen hoe lang het nog gaat duren. Heb je wel eens gehoord van ideomotorische signalering?" Brian had er nog nooit van gehoord. Dus ik legde hem uit dat het onderbewustzijn door middel van lichaamstaal kan spreken zonder enige hulp van het bewustzijn. En ik liet Brian zien hoe zijn vingers konden worden geprogrammeerd om vragen met "ja" of "nee" te beantwoorden of met "weet ik niet". We experimenteerden even totdat de aangewezen vingers spontaan in antwoord op mijn vragen omhoog kwamen.

Brian's vingers gaven vervolgens aan: "Ja, er is een herinnering met betrekking tot de oorzaak van mijn hoofdpijnen. Nee, ik heb nog geen toegang tot die herinnering. Ja, ik zal daar de volgende sessie toegang toe hebben. Ja, ik kan van de hoofdpijnen afkomen." Hoe zit het met de boosheid? "Ja, er zijn herinneringen met betrekking tot de oorzaak van mijn boosheid. Ja, dat kan er de volgende keer uitkomen. Ja, dat zullen we in een vorig leven vinden. Ja, daaraan werken zal verlichting geven."

De volgende keer meldde Brian dat zijn hoofdpijnen nog in frequentie waren toegenomen. Daar ik vermoedde dat dit te maken had met wat we op het punt stonden te ontdekken, bracht ik hem snel in trance en vroeg hem een plaatje te tekenen van Boosheid. "Hoe ziet dat plaatje eruit?" vroeg ik hem. "Ik zit in een soort kano", antwoordde Brian, "en ik probeer uit een donkere tunnel te peddelen. Ik lijk niet vooruit te komen. Er is een andere boot. Er zit een meisje in. Ze komt me eruit trekken naar het licht toe. Het is Keeroe. Ze heeft een lichtbruine huid. Ik ben zelf behoorlijk donkerbruin. Mijn naam is Manwee en ik ben 28 jaar. We zijn al heel lang geliefden."

"We zijn nu weer aan land, bij ons volk. Ze leven als beesten, gewoon buiten. Slapen doen we in hutten, allemaal bij elkaar. Keeroe is erg aantrekkelijk, en heel vies. Ze draagt een soort jurk met heel veel scheuren. Alle mensen zijn vies, hun kleren en hun huid. Ik ben ook vies. Keeroe en ik slapen samen in een van de volle hutten." Ik vroeg Manwee om verder te gaan naar de volgende belangrijke gebeurtenis. Hij kwam in een situatie terecht ergens in een veld, waar hij met een groep mannen onder de gloeiende zon werkte om voedsel te verbouwen. Keeroe zag hij in de verte.

"Ik hou van Keeroe maar we zijn nooit eens alleen. Altijd maar werken, werken, werken. Soms bidden we samen in onze hutten, alleen maar zingen, geen ceremonie. Wat heb ik daar een hekel aan!" Het gezicht van mijn cliënt vertrok van boosheid. Maar plotseling was er angst te zien op zijn gezicht. "Wat gebeurt er?" "Een stel blanken, ze vallen ons aan. Ze gaan ons wegvoeren en als slaven verkopen. Keeroe en ik worden gescheiden. Ik weet dat ik haar nooit meer zal zien."

We gingen vooruit in de tijd en Manwee rapporteerde: "Ik wordt geslagen met een zweep. M'n handen zijn vastgebonden aan een houten paal. Ik weet niet waarom. Niemand spreekt mijn taal hier. Mijn baas draagt mooie kleren. Hij heeft een witte hoed op met een brede rand. Maar hij is wreed. Wij slaven wonen allemaal bij elkaar. Mijn taak is om voedsel te planten en te oogsten. De man die me met de zweep slaat zegt dat ik niet genoeg voedsel binnen heb gebracht."

De volgende ervaring was vlak voordat Manwee stierf. "Ik lig op de grond. Ik ga sterven omdat ze me niet genoeg te eten hebben gegeven. Ik ben begin veertig, maar heel erg mager, en moe van alle slaag! Mijn zwarte vrienden zijn bij me, maar ze kunnen me niet troosten. Ik sterf vol haat en woede!" "Wat is je laatste gedachte voordat je sterft?" "Ik wou dat ik hem had vermoord!"

KievIn onze volgende sessie ging Brian terug naar Kiev in de dagen van Tsaristisch Rusland. Hij was in de twintig, woonde in een kleine buitenwijk en voorzag als houthakker in een karig levensonderhoud. Maar de belangrijkste interesse in zijn leven was Felena, een meisje waarmee hij samen in hun deprimerende omgeving was opgegroeid. In de eerste ervaring vonden we Vladimir, zoals hij daar heette, in zijn krappe flatje terwijl hij de kop van een Russische krant las. Deze luidde "Verraders van geheimen aan China doodgeschoten". Vladimir wist dat een van de zgn. verraders Felina's broer was. Hij wist ook dat hij zelf in gevaar was omdat hij sympathie had geuit voor de veroordeelde mannen.

Het duurde dan ook niet lang voordat Vladimir werd gearresteerd en veroordeeld tot vijf jaar dwangarbeid in Siberië. In de intense kou en onder vreselijke omstandigheden moest elke gevangene daar zijn kwantum bomen omhakken. Wie zijn kwantum niet haalde kreeg geen eten. Op zekere dag, Vladimir had zijn kwantum gehaald en ging zitten om te eten, trachtte zijn celgenoot die zijn kwantum niet had gehaald, zijn eten te stelen. Er volgt een gevecht waarbij de celgenoot Vladimir uiteindelijk wurgt.

"Wat is je laatste gedachte terwijl je dat leven verlaat?" vroeg ik. "Ik wou dat ik hem had vermoord!" zei Vladimir zonder aarzeling. "En wat was het doel van dit leven?" "Ik weet het niet. Ik ben nog steeds een gevangene. Mijn woede schijnt me hier te houden."

Ik haalde Brian uit de trance en vroeg hem, "Waarom denk je dat je drie ellendige levens hebt gehad? Als oorlogsslachtoffer, als slaaf en als gevangene? En vergeet de problemen niet die je in je huidige leven hebt. Je hoeft er nu geen antwoord op te geven, maar laten we afspreken dat we dat de volgende keer gaan uitzoeken."

Brian begon de volgende sessie met: "Als kind had ik altijd onverklaarbare driftbuien, althans voor mij en mijn omgeving waren ze onverklaarbaar. Nu begin ik te begrijpen waar dat allemaal vandaan komt. Ik heb trouwens al twee weken geen hoofdpijn gehad en het schuldgevoel is weg. Echt waar!"

"Maar er moet een reden zijn voor al die traumatische ervaringen", zei ik. "Laten we eens kijken of we verder terug kunnen gaan om daar achter te komen." Brian ging gemakkelijk terug naar een schitterend huis waar hij een ongelooflijke luxe genoot. Overvloedig decor, kostbare kunstwerken, indrukwekkende meubelen, een leger bedienden, knechten en wachters. Een militaire coup had hem leider van zijn volk gemaakt en nu, op zijn veertigste, profiteerde hij daar zoveel mogelijk van.

"Ik heb een toespraak in mijn handen", zei hij. "Over een paar minuten ga ik op het balkon mijn volk toespreken. Ze worden de laatste tijd steeds meer ontevreden omdat ze zo arm zijn. Ik ben de enige rijkaard hier en het is mijn bedoeling om dat zo te houden. Maar ik zal ze vertellen dat er voor ze zal worden gezorgd en dat ze rustig naar huis kunnen gaan. Ze weten dat wanneer iemand me dwars zit ik hem onmiddellijk zal laten doden. Een van mijn bedienden zei me dat ik de reden was van hun ontevredenheid. Een uur nadat hij die opmerking had gemaakt was hij dood." De trotse dictator ging naar het balkon en begon aan zijn toespraak. Maar als de menigte reageert met boe-geroep en kreten als "Weg met hem!" gooit hij zijn toespraak opzij en schreeuwt "Iedereen die hier niet onmiddellijk weggaat wordt neergeschoten!" Zonder verdere ophef gaf hij de order aan zijn wachters en het schieten begon. De menigte vluchtte terwijl de doden en gewonden op de grond achterbleven. Een vrouw die zich vastklemde aan haar gesneuvelde kind werd prompt zelf neergeschoten. Terug in huis blufte de dictator: "ik ben niet bang. Ik heb mijn wachters, zelfs al kan ik hun niet vertrouwen." En alsof hij dit laatste wilde bevestigen vuurde een van de wachters tweemaal op zijn meester die op de grond viel.

"Ik leef nog", zei hij. "Maar ik kijk van bovenaf naar mijn lichaam. Ik neem aan dat ik dood ben. Ik voel me goed. Ik ben blij dat ik dood ben." "Het voelt warm... en licht", ging hij verder. "Het licht wordt steeds feller. Nu komt er iemand naar me toe die ik ken, iemand die wijs en goed is en die in ieder opzicht ver boven mij staat. Hij zegt dat ik moet lijden omdat ik mensen heb gedood. En ik begrijp dat hij gelijk heeft." "Vraag deze wijze man eens wat je moet doen om verlost te worden van jouw lijden", suggereerde ik.

De vernederde geest van mijn cliënt stelde deze vraag aan zijn gids en kreeg als antwoord: "Je moet leren om de mensen te helpen die je hebt gekwetst."

"Als ik andere gehandicapten zou kunnen helpen, zou dat een manier zijn?"

"Dat zou helpen", zei de gids.

Het ging zo goed met Brian dat ik hem een week of zes niet zag. Toen hij weer naar mijn praktijk kwam zei hij dat hij zich nog nooit in zijn leven zo goed had gevoeld. De kwaadheid en het schuldgevoel waren verdwenen. Hij had geen last meer van migraine of nachtmerries. Hij begon zich socialer te gedragen, te genieten van bezoeken aan zijn buren, familie en kennissen. Hij was zelfs met een aantal mensen naar een Chinees restaurant geweest en had geen knoop in zijn maag gevoeld.

Maar het mooiste van alles was dat hij was begonnen met een opleiding tot consulent voor gehandicapten. Tijdens een van de lessen had hij een meisje ontmoet dat hij onmiddellijk herkende. "Ze heet Karen", zei hij. "Maar ooit heette ze Keeroe en ooit heette ze Felena. Je zou kunnen zeggen dat we vaste verkering hebben, eindelijk!"

Naschrift
Mijn manier van werken wijkt op een aantal punten af van die van de schrijver van bovenstaand artikel - ik gebruik bijvoorbeeld geen hypnose -, maar in zijn algemeenheid geeft het een duidelijke indruk van de benadering van regressietherapie en van de effectiviteit ervan.

© 1999 - 2017 Teksten en/of afbeeldingen van deze website mogen uitsluitend worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt met mijn voorafgaande toestemming. Bijgewerkt op 28 juli 2017.